22. mei, 2016

De hang naar meer weten uit angst niet te weten in relatie tot het geweten en het al weten.

 

We willen overal antwoorden op en tasten in het duister over wat een passend of liever nog een sluitend antwoord kan zijn. Wanneer je je echter laat leiden door de angst van ‘het niet weten’ en je op ’je weten’ wil laten voorstaan, ben je al even min wetend.
Met een snel antwoord verdoezel je je zelftwijfel en kun je dat in te zetten om jezelf en een ander te misleiden. Daarmee houd je jezelf en een ander op afstand. Het gewin van een afleidend antwoord, brengt je niet dichter bij jezelf.
Een moment van reflectie geeft inzicht en brengt meer wijsheid te weeg.

Wanneer zich een inzicht voordoet, kan die helderheid je tijdelijk gerust stellen om vervolgens  te constateren dat dat gevoel niet blijvend kan zijn. Opnieuw werpen zich andere vragen op die om een antwoord of een inzicht vragen.

Vanuit een controle mechanisme wil je steeds meer weten en mag je constateren dat je steeds minder weet. 

De schakel tussen ‘niet weten’ en ‘weten’ brengt een contradictie te weeg : zolang je je richt op weten, zal het niet-weten zich openbaren. Zodra je het niet-weten laat zijn, zal zich een groter onpersoonlijker weten zich openbaren. Het vraagt om bereid te zijn je over te geven aan het niet hoeven weten om helderheid te verkrijgen. 
Het gegeven wijsheid is dat je weet en niet weet. Beiden zijn waar : een heilig midden.

Je hebt een ge-weten in je en dat weten stuurt je naar datgene waar je weer opnieuw weet van mag  hebben. Dus je geweten roept je tot de orde.  Weet hebbend van wie je bent en wat geweten mag worden.

Het geordend weten weet een grote leegte te scheppen in wat onwetend dient te blijven, zodat je jezelf zult herontdekken. 

Er bestaat geen weten dat al niet Het weten in zich heeft, ook al zijn we nog zo onwetend.  

De meeste mensen hebben geen weet van hun oorsponkelijke levenswijsheid, die zich in alles wil uiten.

Daar waar de mens niet wil weten, komt er geen gehoor van wat al in ons is. Dus niets kan vanzelf gaan als je niet meer kunt horen wat jou gemaakt heeft tot wie je nu bent. Dat is de weg naar binnen en dat is je weg naar verinnerlijkte mensheid, waar alles is en alles al heeft bestaan.